F

Faciliteren

Mogelijk maken of ondersteunen

"De vereniging faciliteert de wekelijkse borrel"

Faculteit

Hoofdafdeling van een universiteit

"Ik moet vanmiddag nog naar de faculteit voor een college"

Faliekant

Helemaal of volkomen (vaak bij ongelijk)

"Zijn inschatting was faliekant onjuist"

Fataal

Noodlottig of met dodelijke afloop

"Die laatste shot tequila was fataal voor zijn avond"

Fatsoen

Goede manieren

"Heb tenminste het fatsoen om je even voor te stellen"

Feut

Een aspirant-lid van een vereniging (vaak denigrerend)

"Haal jij even bier, feut?"

Fideel

Prettig, eerlijk en oprecht

"Ik ben heel fideel geholpen bij de klantenservice"

Fiducie

Vertrouwen

"Ik heb er weinig fiducie in dat hij op tijd komt"

Figureren

Een rol spelen als bijfiguur of aanwezig zijn

"Hij figureerde gisteren als achtergrond op de groepsfoto"

Filantropie

Liefde voor de mensheid (vaak via donaties)

"Zij besteden hun fortuin aan filantropie"

Flamboyant

Levendig en met veel zwier

"Zijn flamboyante kledingstijl viel direct op"

Flancheren

Stelen, jatten of 'lenen' zonder te vragen

"Wie heeft mijn fiets geflancheerd?"

Flaneren

Zorgeloos rondwandelen om gezien te worden

"Op zaterdagmiddag gaan we lekker flaneren door de stad"

Flegmatiek

Onverstoorbaar kalm

"Hij reageerde opvallend flegmatiek op de chaos om hem heen"

Fnuikend

Heel erg nadelig of fnuikend

"De vroege colleges zijn fnuikend voor mijn nachtrust"

Foerageren

Voedsel zoeken of inslaan

"Laten we even gaan foerageren bij de supermarkt"

Formatie

Samenstelling van een groep

"De jaarclub verscheen in voltallige formatie op het feest"

Formeel

Volgens de regels of deftig

"De uitnodiging voor het gala was zeer formeel"

Formidabel

Geweldig of indrukwekkend

"Dat was een formidabele prestatie op het sportveld"

Fortuinlijk

Gelukkig of succesvol

"Hij was fortuinlijk genoeg om de loterij te winnen"

Fracas

Lawaai of opschudding

"Zijn binnenkomst zorgde voor een flink fracas"

Frappant

Opvallend of treffend

"Het is frappant dat hij altijd te laat is"

Fraterniseren

Zich als broeders verenigen

"Na de wedstrijd gingen de rivalen gezellig fraterniseren"

Frivool

Lichtzinnig of vrolijk

"Zij droeg een frivool jurkje op de borrel"