D

Debet aan

De oorzaak van / schuldig aan

"Het slechte weer was debet aan de lage opkomst"

Decorum

Uiterlijke waardigheid / fatsoen

"Tijdens de ceremonie moeten we het decorum bewaren"

Dedain

Minachting (uit de hoogte)

"Hij sprak met enig dedain over de eerstejaars"

Deemoedig

Nederig / vol overgave

"Hij aanvaardde zijn straf deemoedig"

Defilé

Plechtige optocht

"We keken naar het defilé van de veteranen"

Degusteren

Proeven (met aandacht)

"Vanavond gaan we exclusieve wijnen degusteren"

Delegeren

Taken overdragen aan anderen

"Een goede voorzitter moet kunnen delegeren"

Demissionair

Aftredend (maar nog tijdelijk in functie)

"Het demissionair bestuur werkt de opvolgers in"

Derhalve

Daarom / om die reden

"Het bier was op, derhalve zijn we naar huis gegaan"

Desalniettemin

Desondanks / toch

"De winkels zijn dicht, maar desalniettemin is het druk in de stad"

Desastreus

Rampzalig

"Zijn beleid had desastreuze gevolgen voor de kas"

Dessert

Nagerecht

"Als dessert nemen we crème brûlée"

Destijds

In die tijd / toen

"Destijds waren de regels nog veel strenger"

Dies

Verjaardag van de vereniging (Dies Natalis)

"De dies wordt dit jaar groots gevierd met een gala"

Dilemma

Lastige keuze tussen twee opties

"Ik sta voor een groot dilemma: studeren of stappen?"

Diner

Uitgebreide avondmaaltijd

"Voor het gala hebben we een diner met vijf gangen"

Discipline

Tucht / doorzettingsvermogen

"Om topsport te bedrijven heb je veel discipline nodig"

Discours

Gesprek / redevoering / discussie

"Het politieke discours is verhard"

Disculperen

Zichzelf vrijpleiten (van schuld)

"Hij probeerde zich te disculperen voor zijn fout"

Dispuut

Vriendengroep/ondervereniging (verticaal structuur)

"Vanavond ga ik eten bij mijn dispuut"

Distinctie

Beschaafde/voorname houding of onderscheid

"Zij gedraagt zich altijd met veel distinctie"

Dividend

Winstuitkering aan aandeelhouders

"Het bedrijf keert dit jaar flink dividend uit"

Domineren

Overheersen / de baas zijn

"Onze club domineerde de wedstrijd volledig"

Doneren

Schenken / geven

"We doneren de opbrengst aan het goede doel"