Categorie: Sociaal

Afbranden

Iemand of iets volledig afkraken

"Mijn presentatie werd volledig afgebrand door de docent"

Afzeggen

Laten weten dat je niet komt

"Ik moet helaas afzeggen voor het diner"

Alfaman

Dominante man

"Hij gedraagt zich als een echte alfaman in de groep"

Claimen

Opeisen

"Hij probeerde direct de mooiste kamer te claimen"

Commotie

Opschudding

"Zijn uitspraken zorgden voor veel commotie"

Concessie

Toegeving

"Je zult wat concessies moeten doen als je samenwoont"

Empathie

Inlevingsvermogen in de gevoelens van anderen

"Hij toonde weinig empathie voor zijn brakke huisgenoot"

Entourage

De omgeving of het gezelschap van een belangrijk persoon

"De artiest kwam met een hele entourage aan bij de club"

Esoterisch

Alleen voor ingewijden (vaak mysterieus)

"Zij hebben nogal esoterische grappen binnen hun jaarclub"

Faciliteren

Mogelijk maken of ondersteunen

"De vereniging faciliteert de wekelijkse borrel"

Figureren

Een rol spelen als bijfiguur of aanwezig zijn

"Hij figureerde gisteren als achtergrond op de groepsfoto"

Flaneren

Zorgeloos rondwandelen om gezien te worden

"Op zaterdagmiddag gaan we lekker flaneren door de stad"

Formatie

Samenstelling van een groep

"De jaarclub verscheen in voltallige formatie op het feest"

Fracas

Lawaai of opschudding

"Zijn binnenkomst zorgde voor een flink fracas"

Fraterniseren

Zich als broeders verenigen

"Na de wedstrijd gingen de rivalen gezellig fraterniseren"

Gebaar

Vriendelijke handeling of beweging

"Dat hij de rekening betaalde was een mooi gebaar"

Gezelschap

Groep mensen die bij elkaar zijn

"Het was een gemengd gezelschap op de borrel"

Gezind

Met een bepaalde neiging of mening

"Het bestuur is de leden goed gezind"

Habitué

Vaste bezoeker van een bepaalde plek (vaak een café)

"Als habitué van de sociëteit heeft hij zijn eigen vaste kruk"

Integreren

Contact leggen of mengen met anderen (vaak andere groepen of verenigingen)

"Vanavond moeten we verplicht integreren met die andere jaarclub"

Metgezel

Iemand die je vergezelt

"Zij verscheen met een charmante metgezel op het gala"

Quid pro quo

Voor wat, hoort wat

"Ik help jou met verhuizen, maar dat is wel een quid pro quo"

Quitte staan

Elkaar niets meer schuldig zijn

"Als jij dit rondje betaalt, staan we weer quitte"

Reciprociteit

Wederkerigheid

"In een vriendschap is reciprociteit van groot belang"