Categorie: Formeel

Algemeen beschaafd maar formeel of archaïsch Nederlands.

Compagnon

Een kameraad of metgezel

"Gister was ik met een compagnon aan het golfen"

Confrère

Ambtgenoot (vaak chic/formeel)

"Mijn confrère heeft dat punt reeds gemaakt"

Derhalve

Daarom / om die reden

"Het bier was op, derhalve zijn we naar huis gegaan"

Desalniettemin

Desondanks / toch

"De winkels zijn dicht, maar desalniettemin is het druk in de stad"

Ergo

Dus / bijgevolg

"Het is maandag, ergo: we gaan naar de UB"

Fideel

Prettig, eerlijk en oprecht

"Ik ben heel fideel geholpen bij de klantenservice"

Jegens

Tegenover / ten opzichte van

"Men dient respect te tonen jegens de praeses"

Justificatie

Rechtvaardiging

"Hij kon geen goede justificatie geven voor zijn afwezigheid"

Nalatenschap

Hetgeen iemand na zijn overlijden achterlaat (ook figuurlijk)

"Zijn nalatenschap als praeses was indrukwekkend"

Navenant

In overeenstemming daarmee / dienovereenkomstig

"Hij werkte hard en zijn cijfers waren navenant"

Nolens volens

Tegen wil en dank / of men nu wil of niet

"Hij moest nolens volens akkoord gaan met het besluit"

Rectificatie

Verbetering van een gemaakte fout

"Er volgt een rectificatie op de notulen van vorige week"

Refereren aan

Verwijzen naar

"Ik refereer graag aan de mores van onze vereniging"

Reglement

Geheel van regels

"Volgens het reglement is roken binnen niet toegestaan"

Ressorteren

Onder iets vallen

"Deze commissie ressorteert direct onder de ab actis"

Sec

Kort en zakelijk / uitsluitend

"Hij gaf een sec antwoord op de vraag"